
FM- APPARATUUR
Deze bundel werd samengesteld
door
1. FM
– APPARATUUR
1.1. HET GEBRUIK VAN EEN FM-APPARAAT IN DE KLAS
1.1.1. Inleiding
Van nature uit is een gewoon klaslokaal niet geschikt
voor kinderen met een hoorapparaat. De AFSTAND
tussen de leraar en het kind, de ACHTERGRONDRUIS
(bv. voetengeschuifel, tafels of stoelen die bewegen of kinderen die onderling
praten) en de AKOESTIEK van het
lokaal maken het extra moeilijk voor een
hoorapparaatdrager om de leraar te verstaan.
Een hoorapparaat is meestal in ideale omstandigheden aangepast: d.w.z.
de audioloog staat op een afstand van één meter, spreekt met een geluidssterkte
van 60dB, in een akoestisch ideale kamer zonder omgevingslawaai. Het in ideale omstandigheden afgenomen
audiogram voldoet dus geenszins aan de reële klassituatie van alledag.
We bespreken achtereenvolgens de 3 parameters
(afstand, achtergrondruis en akoestiek) die het spraakverstaan bepalen;
vervolgens wordt ingegaan op de meerwaarde van een FM-apparaat in de klas.
1.1.2. Parameters welke het spraakverstaan bepalen
1.1.2.1.
Afstand
Laat ons als voorbeeld nemen dat de leraar op één
meter van de leerling staat en spreekt met een geluidssterkte van 65 dB en de
achtergrondruis is 60 dB. Dit wil dan zeggen dat de leraar nog 5 dB luider
klinkt dan de ruis.
Neem nu dat de leerling op twee meter gaat zitten,
dus een verdubbeling van de afstand. Dan hoort hij de leraar nog met een
geluidssterkte van 59 dB. Bij verdubbeling van de afstand gaat het
geluidsniveau met 6 dB achteruit (fig.1).

Fig.1: Invloed van de afstand op de
geluidssterkte.
In ons geval wil dit zeggen dat het
achtergrondlawaai 1 dB luider klinkt dan de spraak van de leraar. Hieruit kan
men besluiten dat dragers van een hoorapparaat liefst vooraan in de klas moeten
gaan zitten.
1.1.2.2.
Achtergrondlawaai
Niet alleen de afstand speelt een rol, maar ook het
achtergrondlawaai (fig.2) is een groot probleem voor dragers van een
hoorapparaat.

Fig.2:
Achtergrondlawaai
Uit studies is gebleken dat de gemiddelde
achtergrondruis 60 dB bedraagt. Indien de leraar met een luidheid van 65 dB
spreekt en de achtergrondruis bedraagt 60 dB, dan wil dit dus zeggen dat de S /
R = 5 dB. Dit is dus veel te weinig voor een leerling met hoorproblemen. De leraar dient 15 dB à 20 dB luider te
spreken dan de achtergrondruis, zodat de gehoorgestoorde hem goed kan verstaan.
Dit is wat de audioloog een signaal / ruisverhouding (S / R) van 15 dB à 20 dB
noemt.
1.1.2.3. Akoestiek
Een derde probleem
om spraak te verstaan in een klaslokaal is de “nagalm”. De spraak van de
leraar weerkaatst op de wanden, vloer en plafond van het klaslokaal. Harde
wanden, vensters, stenen vloeren weerkaatsen het geluid veel feller dan
tapijtvloeren of akoestische wanden.
Nagalm wordt dus uitgedrukt als een tijdseenheid. Het is de tijd dat het
geluid nodig heeft om met 60 dB af te nemen en die tijd mag niet groter dan 0,3
à 0,4 sec. zijn voor personen met hoorproblemen.
1.1.3. De meerwaarde van een FM-apparaat in de klas
De bovenstaande tips spelen maar in beperkte mate in
op het beter spraakverstaan. Een
FM-apparaat daarentegen komt veel beter tegemoet aan de specifieke
vraagstelling van een leerling met een auditieve handicap. Bij een FM-apparaat (volgens het
zender-ontvanger principe) bedraagt de afstand tussen micro en de mond van de
leraar altijd

Fig.3: Afstand heeft geen invloed meer op de geluidssterkte
bij het dragen van
FM-apparatuur.
Achtergrondlawaai en nagalm worden ook in mindere
mate gereduceerd met FM-apparatuur. De keuze van de micro, rondomgevoelig of
richtmicrofoon, is in dit geval ook voornaam.
1.2. HET GEBRUIK VAN EEN FM-APPARAAT THUIS
Niet alleen in de klas, maar ook thuis is een
FM-apparaat een belangrijk hulpmiddel voor een leerling met een auditieve
handicap. We schetsen enkele situaties
“uit het leven gegrepen” welke de meerwaarde van een FM-apparaat duidelijk
aantonen.
1. TV- kijken
Dankzij het FM-apparaat kan Sofie haar favoriete
programma’s “Kabouter Plop” en “Samson” veel gemakkelijker volgen. Papa heeft
immers de zender voor de luidspreker van de TV gelegd…
2. Op reis
De jaarlijkse wintervakantie heeft dit keer
Oostenrijk als bestemming. Papa draagt als chauffeur de zender van het
FM-apparaat. Ondanks het achtergrondlawaai van de rijdende auto, kunnen papa en
mama toch communiceren met Arne….
3. Fietsen
Het gezin gaat ‘s zondags graag fietsen. Moeder heeft
dit keer de zender om. Moeder draagt Jelle, die op 15m voor haar fietst, op om
voor het kruispunt voet aan de grond te zetten…
4. Winkelen
Tienerdochters vinden het niet meer zo leuk om steeds
in de buurt van hun ouders te moeten blijven, bij het kiezen van een outfit.
Wanneer moeder Tiny nodig heeft, verwittigt ze haar dochter via de zender van
het FM-apparaat. Op die manier kan Tiny alleen en ongestoord tussen de rekken
lopen…
5. Paardrijden
Mathias zou graag leren paardrijden. Niet zo evident
als kind met een zware
auditieve handicap. Ook hier biedt het FM-apparaat
een oplossing. Wanneer de instructeur het FM-apparaat aandoet, is het voor
Mathias zoveel gemakkelijker om de instructies van zijn leraar op te volgen,
hoewel die op 20m afstand staat..
Uit het voorafgaande kan men besluiten dat het dragen van
FM-apparatuur een zeer belangrijk hulpmiddel is voor gehoorgestoorden.
1.3 HET GEBRUIK VAN EEN FM-APPARAAT IN DE KLAS
1.3.1. Wat doet een FM-apparaat?
Een FM-apparaat is geen hoorapparaat, het past dus
niet het gehoorverlies van het kind aan. Een FM-apparaat geeft een rechtlijnige
versterking tussen de 80 – 8000Hz.
Een FM-systeem verbetert het verstaan in lawaai, op
afstand en bij slechte akoestiek.In een stille omgeving en op korte afstand zal
het FM-apparaat dus geen effect hebben.
1.3.2. Is een FM-apparaat altijd zinvol of hangt dit
samen met de grootte van het
gehoorverlies?
Personen die een hoorapparaat dragen hebben allen,
ongeacht het gehoorverlies, problemen
met spraakverstaan in lawaai en hebben dus nut van een FM-systeem. Dit om verschillende redenen:
- Met een FM-systeem moet men minder beroep doen op
liplezen. Dit is vooral voor personen met een licht gehoorverlies moeilijk
omdat zij daarin niet zo goed geoefend zijn.
- Met een FM-systeem moet men bovendien niet zoveel
gemiste informatie zelf aanvullen vanuit de context, de taal en de fonetiek.
Dit aanvullen is zeer inspannend en vooral bij jonge kinderen moeilijk omdat
hun spraak- en taalverwerving nog in ontwikkeling is.
De hulp van een FM-systeem zorgt er dan voor dat
luisteren en/of deelnemen aan een gesprek meer ontspannen kan verlopen.
Ook kinderen met een minimaal gehoorverlies of
normaal horende kinderen met een
vertraagde en/of gestoorde spraak- en taalontwikkeling horen slechter in
lawaai. Kinderen met concentratieproblemen kunnen in het omgevingslawaai van de
klas soms moeilijk hun aandacht vasthouden en missen daardoor soms belangrijke
informatie.
Een FM-systeem waarbij de leerkracht een zender
draagt en de leerling ontvangt via
luidspreker op de bank of waarbij de luidsprekers geplaatst zijn in de hoeken
van de klas kan hierbij hulp bieden.
Tip voor de leerkracht.
Zwaar slechthorende en dove kinderen moeten kunnen blijven
beroep doen op het lipbeeld van de leerkracht ook al gebruiken ze een
FM-systeem. Het is dus zeer belangrijk dat de leerkracht spreekt in de richting
van het kind.
1.3.2.1. Het
FM-apparaat, korte uitleg
Een gewoon klaslokaal is niet echt geschikt voor
kinderen met een hoorapparaat. De afstand tussen de leraar en het kind, de
achtergrondruis zoals voetstappen en schuiven van stoelen, de akoestiek van het
lokaal maken het de hoorapparaatdragers nog eens extra moeilijk om de leraar te
verstaan.

FM-apparatuur lost
deze problemen voor een zeer groot deel op.
Phonak de “Microvox”
Phonic Ear
Het FM-apparaat
(FM=Frequentie Modulatie) bestaat
uit twee delen: de zender en de ontvanger.
De leraar
draagt een zender.
De microfoon wordt op ±
De leerling
draagt de ontvanger.
Deze ontvanger vangt de uitgezonden signalen op. Via een kabeltje en een audioschoentje wordt
de ontvanger rechtstreeks aan het hoorapparaat gekoppeld.
Als de drager van de zender via zijn microfoon
spreekt, ontvangt de drager van de ontvanger de spraak rechtstreeks in zijn
hoorapparaten. De afstand,
achtergrondruis en de akoestiek worden bij het dragen van FM-apparatuur bijna
volledig weggewerkt.
Bijna elke gehoorgestoorde GON-leerling heeft zo een
FM-apparaat. Voor 99% van deze
leerlingen heeft het FM-apparaat zijn diensten al bewezen.
De prijs van FM-apparatuur (zender + micro, ontvanger, lader) schommelt tussen
de 1100 euro en de 2800 euro.
Bij het Vlaams Fonds kan men een aanvraag indienen
voor een tussenkomst, bij aankoop van FM-apparatuur. De tussenkomst van het
Vlaams Fonds bedraagt dan ± 1714,62 euro(2005).
Het laatste nieuwe FM-apparaat op de markt in België is de “Microlink” van het merk Phonak.
De ontvanger is hier ingebouwd in een
audioschoentje. D.w.z. dat de vroegere
ontvanger + snoer wordt vervangen door een audioschoentje met ingebouwde
ontvanger (Fig.).

De Microlink
(Phonak)
Vanaf het jaar 2000 is op elk audioschoentje een
soortgelijke ontvanger te verkrijgen (fig.).


Microlink van “Widex”

Campus
S zender MLX s ontvanger
1.3.2.2. Voorbeelden
FM-systemen:
Phonic
Ear “Solaris”

Set: Zender+ micro,
Ontvanger, Lader + transfo: prijs op
aanvraag
![]()
Phonak Microvox
Set: Zender TX2 + micro, Ontvanger, Lader +
transfo: prijs op aanvraag



Phonak
Microlink
Set: Zender TX3, Ontvangers 2 x MLX, Lader +
transfo: prijs op aanvraag

Handy
Mic zender MLX s
ontvanger
Nog
enkele FM combinaties





LEXIS
zender
ontvanger
1.4. FM-SYSTEMEN VOOR SPRAAK- EN/OF CONCENTRATIESTOORNISSEN
(Voor
kinderen zonder hoorapparaten)
1.4.1.
FM-ontvanger ingebouwd in een hoorapparaat
-
Zender Phonak Handy mic TX3 prijs op aanvraag
-
Lader voor zender
-
Ontvanger MicroEar BTE VHF prijs op aanvraag
-
Open oorstukje ……..
![]() |
![]() |
||

ONTVANGER OF ONTVANGER

![]() |